Tag Archives: zomerbaan

Een zomerbaan in Frankrijk 3

Mijn zomer stond in het teken van een Fransman: grote bruine ogen, weelderige krullen, gebronsde huid en snel geëmotioneerd. Het was tussen ons niet bepaald gâteau et œuf want we hadden weinig gemeen. Ik houd van zwemmen, hij gaf er de voorkeur aan in een boot te zitten en zich door mij te laten voortslepen. Met liefde bereidde ik groente voor hem, die hij driftig weigerde. Xavier was geobsedeerd met zijn eigendommen en ik moest hem er keer op keer aan herinneren dat il faut partager dan la vie – men moet delen in het leven. Hij leek het niet te betreuren dat er een einde kwam aan ons contact toen hij naar school moest. Xavier is namelijk drieëneenhalf jaar oud.

De ouders van Xavier hebben een grote camping net buiten ons dorp en huurden mij in juni in om in de receptie de Nederlandse gasten te verwelkomen. Maar opeens veranderden mijn werkzaamheden drastisch van aard: le patron en zijn vrouw besloten dat ik louter op de zoon des huizes zou hoeven passen. Dat ik niet francophone was, kwam mooi uit: misschien kon ik Xavier Nederlands leren? Dan kon hij in het volgende seizoen mooi helpen in de receptie.

Mijn skills op het gebied van kinderen zijn beperkt en omgaan met Xavier vergde heel wat geduld. ’s Morgens trof ik hem aan voor de televisie. Ik moest hem dan zijn fles chocolademelk geven (“non”) en op de po zetten (“veux pas”). Tegen het middaguur maakte ik lunch voor hem, en aangezien Xavier alleen macaroni en knakworsten lust, werd dat een vrij eentonige bezigheid. Na de lunch was het tijd voor dodo, slaapje doen, waar hij zich meestal krijsend tegen verzette. Aan het einde van de middag haalde ik Xavier uit bed en volgde weer een worsteling met po en knakworsten. Ter afsluiting van de werkdag stopte ik Xavier in bad en bracht hem naar bed. Rond diezelfde tijd begon het avondprogramma in de kantine van de camping, met harde muziek, waardoor Xavier niet kon slapen. Ik heb eenmaal geprobeerd hem in slaap te wiegen en ‘In de maneschijn’ te zingen. Xavier kon het niet waarderen en sloeg me in m’n gezicht.

In de loop van de zomer lukte het ons om wat vreedzamer met elkaar om te gaan. Xavier liet zijn moeder bezweren dat hij geen groente hoefde te eten. Ik ontdekte dat Xavier zijn fles leeg dronk als ik zei dat grote jongens dat ook doen. Tussen de plichtplegingen brachten we uren door aan de rivier, op zoek naar mooie stenen. Xavier liet zich ook graag per buggy naar mijn huis duwen, waar de honden en poezen een attractie vormden. Dat we noch knakworst, noch breedbeeldtelevisie hebben, nam hij op de koop toe.

Mocht u eens een jonge Fransman tegenkomen die uw hond commando’s geeft in perfect Nederlands, dan moet dat Xavier zijn. Doe hem dan mijn groeten. Niet de groente! Maar de groeten.

Advertisements
Tagged ,

Een zomerbaan in Frankrijk 2

Ik kon mijn geluk niet op toen ik, student aan een kunstacademie en op zoek naar een zomerbaan, werd gebeld door een designer. Voorheen in dienst van Dior was hij op zoek naar iemand die hem kon assisteren in zijn atelier. Zijn hippe website schiep hoge verwachtingen en ik fantaseerde al hoe de designer me zou voorstellen aan zijn vele kunstminnende (en kunstkopende) vrienden. Het atelier bleek een snoezig winkeltje en mijn taken stelden weinig voor. Ik moest zijn designs verkopen: kaftans, deurstoppers gevuld met lavendel en kussentjes gemaakt van bont. Echt bont? Jawel, het zijdezachte bont van de possum, het Australische buideldiertje dat door de mens is geïntroduceerd in delen van de wereld waar het een pest is geworden. Was ik wanhopig genoeg om de huid van dode beesten te verkopen? Of waren er alternatieven?

In het zuidelijke deel van Frankrijk waar ik woon, is de werkeloosheid hoog. De Languedoc-Roussillon heeft geen industrie zoals Nord-Pas-de-Calais en Rhônes-Alpes in het noorden en oosten van het land. Het trekt geen rijke gepensioneerden zoals Provence-Alpes-Côtes d’Azur. En hoewel de regio goede alcoholische versnaperingen produceert, heeft het niet de reputatie van Bordeaux of Champagne-Ardennes. Sterker nog: de Languedoc-Roussillon heeft een van de laagste BBPs (Bruto Binnenlands Producten) van heel Frankrijk.

Een van de weinige florissante sectoren in de regio is het toerisme. Kleumende Noord-Europeanen komen zich elke zomer warmen aan de Franse zon. De helft van de toeristen in Frankrijk zijn afkomstig uit Duitsland, België en Groot-Brittannië. Nederlanders zijn goed voor nog eens tien procent van de zomergasten. De toeristen hebben een verblijfplaats, voer en vermaak nodig. De meesten van hen spreken geen woord Frans en mijn nieuwe landgenoten blinken niet uit in hun kennis van vreemde talen. Ik besloot daarom mijn kennis van het Nederlands, Duits en Engels aan te prijzen en bovendien mijn bekwaamheid in het Mandarijn en Jiddisch (je weet maar nooit). Aangezien ik incapabel blijk om met de formele Franse arbeidsinstanties om te gaan, adverteerde ik op sites voor buitenlanders in Frankrijk en stuurde ik een email naar campings rond ons dorp.

Tot mijn verrassing stroomden de baanaanbiedingen binnen. Een Centerparcs-achtige onderneming zocht iemand die animatie voor d’r gasten kon organiseren. Had ik er bezwaar tegen mijn zomer karaokend door te brengen? Een nudistencamping was dringend op zoek naar een Nederlandstalige kinderoppas voor ongeveer dertig kinderen, zeven dagen per week, en beloofde gratis accommodatie. Een andere camping wilde iemand die ijsjes kon verkopen en, tegelijkertijd, zwemmende kinderen in de gaten kon houden (een reddingsbrevet was niet vereist). Er is werk in de Languadoc-Roussillon, bleek, voor non-francofonen die wat verantwoordelijkheid aan kunnen.

Een baan in het toerisme zou me verre van bont houden, en bovendien toegang bieden tot het Franse ziekenfonds. Dat zou geen overbodige luxe zijn als ik zou komen te werken met minderjarige raddraaiers en hun door alcohol vergiftigde ouders. En in penibele situaties kan ik net doen of ik bewusteloos ben. Possum spelen, noemen ze die strategie in Australië.

Tagged ,

Een zomerbaan in Frankrijk 1

Iemand zei eens tegen mijn moeder dat ze aardig moest zijn voor mijn vader, want hij hield toch maar mooi een paraplu boven d’r hoofd. Daarmee bedoelde de persoon in kwestie dat mijn moeder teerde op het inkomen van mijn vader. Kort daarop besloot mijn moeder een baan te gaan zoeken. Na jarenlange trouwe dienst als huisvrouw stond ze op de arbeidsmarkt onderaan de ladder en moest een baan nemen waarvoor ze overgekwalificeerd was. Maar het feit dat ze weer een eigen inkomen kreeg, deed mijn moeder groot plezier.

Toen ik op mijn tweeëndertigste het roer omgooide en op kosten van Geliefde de kunstacademie ging doen, was ik mij erg bewust van haar paraplu. Ik deed extra mijn best, zowel op de academie als thuis. Zo deed ik de honden elke week in bad en kweekte tomaten – iets dat in beide gevallen slecht beviel. Toen ik het voorbereidingsjaar achter de rug had en slaagde voor het toelatingsexamen, besloot ik een zomerbaan te zoeken om zelf te voorzien in het collegegeld.

Het vinden van en baan in Frankrijk vereist een andere instelling dan elders in de wereld. Ten eerste bereik je niets met efficiëntie. Elders gebruiken bedrijven met veel werknemers sollicitatieformulieren (vaak online), waardoor ze met enkele vragen zo potentiële kandidaten van nietsnutten weten te onderscheiden. Zo niet in Frankrijk. Toen ik bij een grote supermarkt informeerde of ze vakantiekrachten nodig hadden, keek de medewerker van de klantenservice me wantrouwend aan. Dacht ik werkelijk over de kwaliteiten te beschikken om vakken te vullen of de vloer te dweilen? Zo ja, dan moest ik ze nauwkeurig toelichten in een CV en sollicitatiebrief. Dat laatste vertalen de Fransen met lettre de motivation. Ik vroeg me af hoe gemotiveerd ik moest zijn om in een supermarkt te werken.

In de hoop geen brief te hoeven schrijven, ging ik langs bij een uitzendbureau. In Nederland vermeed ik ze liever, omdat de vriendelijke en georganiseerde medewerkers zelfs de meest waardeloze banen presenteren als interessant en leuk. Bij de Franse Manpower wachtte mij een hele andere ervaring. Geen glimlach en geen koffie; een chagrijnige medewerkster snauwde me toe dat ze geen baan voor mij had, noch voor iemand anders, dat ze mijn CV niet wilde zien en ik beter ergens anders heen kon gaan. Waarheen? Vroeg ik beleefd. ‘Sais pas,’ geen idee.

‘Het heeft geen zin om te zoeken naar boulot (werk)’, zeiden mijn vrienden op school. ‘Trop tard, je bent te laat, alle banen zijn al vergeven.’ Ze raadden me aan de zomer, net als hen, stoned door te brengen. Een van hen was desondanks bereid om me te helpen bij het schrijven van een sollicitatiebrief en CV. In formeel Frans schreef ze dat ik enorm gemotiveerd was om wat dan ook te doen (‘gewoon niet reageren op stomme baantjes’) en dat ik jaren ervaring had met werk in zowel de kinderopvang, de landbouw en de toeristische sector. ‘Natuurlijk lieg je,’ reageerde mijn klasgenoot toen ik protesteerde. ‘Maar zo krijg je een baan in Frankrijk.’

Na de mislukte pogingen om tot de Franse arbeidsmarkt door te dringen, waardeerde ik de financiële paraplu van Geliefde meer dan ooit. Was het onethisch om mijn zomer door te brengen met de zorg voor het huishouden en de productie van slechte kunst? Dat was het niet, besloot ik. Maar toen zwichtte de arbeidsmarkt onder de financiële crisis en kwam de baan van Geliefde op de tocht te staan. Ik moest voor ons allebei een paraplu zien te scoren.

Tagged ,