Waarom Fransen niet van Nederlanders houden

Op een van mijn laatste werkdagen als seizoensarbeider werd ik door mijn baas uitgenodigd cocktails te drinken met de staf van de camping. Ik voelde me helemaal geïntegreerd toen ik met le chef, zijn vrouw, de kok en de schoonmaker aan de mojitos zat. Voor mijn collega’s bleek het het aangewezen moment om te fulmineren over de Nederlandse kampeerders.

De kok zette de aanval in. “Waarom”, vroeg hij me, “eten Nederlanders zo belachelijk vroeg? Om een uur of zes zitten ze allemaal netjes aan tafel. Weten ze niet dat je dan aan een aperitief begint en je om een uur of acht pas hoort te eten?” Ik legde uit dat “vroeg” eten volgens mij een relatief begrip is: dat ligt maar aan de gewoonte van het land. En vond de kok het niet begrijpelijk dat families met kinderen zich aan de Nederlandse etenstijd houden als ze op vakantie zijn? Nee, want kinderen kunnen gewoon vooraf eten, vond de kok. “Dat is ongezellig,” wiep ik tegen. Daar begreep hij niets van. “Eten met kinderen is juist heel ongezellig”, zei de kok, “vraiment désagréable.”

Mijn baas had een volgend bezwaar tegen Nederlanders. “Waarom” vroeg hij “hebben ze allemaal een Nederlandse fiets?” Ik vond het een hilarische vraag maar volgens mijn baas was het niet om te lachen. “Alle Nederlanders rijden op Nederlandse fietsen,” beweerde hij, “echt, ze hebben een Batavus, Gazelle of Giant.” Giant is niet eens een Nederlands merk, wiep ik tegen. En verder moest het op toeval berusten. Maar mijn baas wist zeker dat Nederlanders principieel op een Nederlandse fiets stappen. “Met Nederlandse fietstassen.”

Zijn echtgenote vond Nederlanders te georganiseerd. “Ze komen hier met hun spullen gesorteerd in trommels en dozen, die soms zelfs gelabeld zijn. Ze nemen precies zoveel mee als in de kofferbak van de auto past. Hun tent houden ze opgeruimd en schoon. C’est ridicule ça, het is belachelijk!” Mij was dit fenomeen ook opgevallen. Nederlanders hielden hun senseo in dezelfde doos als de koffiepads. Niets lieten ze aan het toeval over: ze hadden gereedschap mee om het dak van hun caravan te repareren en bandenplakspul voor tijdens een fietstocht. Nederlandse kampeerders zag je, de dag voor vertrek, met het grondzeil van hun voortent in de rivier staan om de modder ervan af te spoelen. Hun organisatietalent, en overigens ook dat van Duitsers, Vlamingen en Britten, viel vooral op omdat het afstak bij de Franse gasten. Die arriveerden niet zelden met twee auto’s omdat ze nonchalant hadden ingepakt. Hun bezittingen lagen in een straal van vijf meter rond tent of sleurhut. Een half uur voor vertrek smeten ze de hele flikkerse bende in de kofferbak om vervolgens vloekend naar hun portemonnee te moeten zoeken. Ik hield die informatie voor me, want ik wilde graag nog een mojito.

Mijn collega’s sputterden nog na over hoe con (stom) de Nederlandse gasten zijn. “Lekker hypocriet zijn jullie,” zei ik. “Ze zijn wel goed om hier hun geld uit te geven en stukjes Edammer voor jullie mee te nemen. En intussen maken jullie les hollandais belachelijk.” Geschokt staarde mijn collega’s me aan. Mijn bazin veranderde subiet het onderwerp van gesprek. Ik besefte me weer dat “we” te direct zijn. Dat bezwaar tegen de Nederlanders zou vast bij een volgende cocktail genoemd worden.

Advertisements
Tagged , , , ,
%d bloggers like this: