De beteuterde migrant

Het actualiteitenprogramma Netwerk besteedde laatst een uitzending aan emigratie naar Frankrijk. De boodschap: het leven daar lijkt aantrekkelijk, maar valt in de praktijk vies tegen. En dat allemaal op basis van de ervaringen van de familie Vos. Zij verhuisden naar het Franse platteland om “dichter bij de natuur te leven”. Maar het noodlot sloeg toe: de boerderij die ze verbouwden, brandde af. De verzekering keerde een fractie uit van wat nodig was voor de restauratie. Nederlandse vrienden die te hulp schoten, werden als illegale werkkrachten door de Franse politie afgevoerd. Het bedrijf van de familie Vos kwam niet van de grond omdat het tegengewerkt zou worden door lokale concurrenten. En de gendarmerie had weinig begrip voor de situatie toen Meneer Vos hen met een mes bedreigde. Wat doet de familie Vos nu om uit de nesten te komen? Bidden, want ze geloven dat God met een oplossing komt.

Om niet te eindigen zoals de familie Vos, is het verstandig eerst af te rekenen met alle clichés over verhuizen naar Frankrijk. Daar gaan we:

“Ik heb altijd al gedroomd van wonen in Frankrijk”. Talloze Nederlanders die al vertrokken, beschreven de keerzijde van die dromen, zoals De rapen zijn gaar /les carottes sont cuites van Henk Spaan en Du vin, du pain et du… pindakaas? van Roos Boum. Er zijn informatieve websites en natuurlijk blogs over de realiteit van leven in Frankrijk. Want dromen zijn bedrog, zong Borsato al.

“In Frankrijk sta ik dichter bij de natuur”. Vind je dat ook nog als de natuur ongevraagd over je drempel komt (overstromingen, mistral), in je moestuin en op de bumper van je auto (wilde zwijnen)? Of is een uitzending van Vroege vogels eigenlijk al genoeg natuur?

“In Frankrijk heb ik de ruimte”. Afhankelijk van waar je woont op het Franse platteland kan het uren kosten om even te winkelen of bij Ikea binnen te stappen. Is je auto kapot of ben je ingesneeuwd, dan kan je fluiten naar je baguette. Naar Nederland betekent een halve etmaal in de auto, dus een spontaan bezoek zit er niet meer in, ook niet als een familielid onverwacht in het ziekenhuis terecht komt. Dat zijn de momenten waarop je je afvraagt waar al die ruimte goed voor is.

“Ik ben francofiel”. Frankrijk is een ouderwets land, de service van bedrijven is over het algemeen waardeloos, de bureaucratie ontzettend log. Aartsconservatieve Fransen en hebben weinig respect voor als je geen orgaanvlees eet of jacht op je land niet toestaat. Op vreemdelingen zit men niet te wachten: racistisch geweld heeft schrikbarende vormen aangenomen. Nog steeds francofiel?

“In Frankrijk vind ik het geluk.” Als je het geluk niet vond in je eigen land, tussen vrienden die je taal spreken, dan ga je het zeker niet vinden in Frankrijk. Leven hier is niet beter of slechter dan in Nederland. Het is alleen anders en voor wie dat waardeert, kan het geweldig zijn. Frankrijk heeft veel kwaliteiten: je vindt er oprechte liefde voor voedsel en mode (vooral in de stad), een bloemrijke taal, een rijk intellectueel leven, fantastische kunstgeschiedenis en ongerepte natuur. Wie de nadelen op de koop toe neemt, hoeft niet gedesillusioneerd terug te keren naar Nederland. Die hoeft zelfs niet de hulp van God in te roepen.

Advertisements
Tagged
%d bloggers like this: