Veganist in Frankrijk

Mijn medestudenten aan de kunstacademie van Montpellier zijn geen alledaagse types. Ze hebben gemillimeterd haar en een oranje kuif of dreadlocks onder een koddige muts. Ze hebben tatoeages en piercings op alle zichtbare (en verborgen) lichaamsdelen. Ze hullen zich in jurken uit de jaren vijftig of paarse fluwelen kostuums. Ze skateboarden in school, barsten spontaan uit in gezang en blowen veel. Het lijkt een hele opgave om dit gezelschap en hun docenten te provoceren, maar het is me, als veganist, gelukt. Het weren van dierlijke producten botst namelijk met drie Franse dogma’s.

Ten eerste draait de maaltijd hier om het beest en dienen groenten en fruit slechts als garnering. Verzadigde vetten staan centraal in de moules-frites (mosselen met friet), foie gras aux poires (ganzenleverpastei met peren) en cuisses de grenouille a la provençale (kikkerbillen, waarvan per jaar 3000 tot 4000 ton worden geïmporteerd). In de saus over vis, vlees en gevogelte gaat vaak een kwak crème fraîche en de maaltijd wordt afgesloten met een plank vol kaas. Eventueel volgt dan nog crème brûlée (een dessert van ei, room en suiker) of pâtisserie (op basis van ei, boter en bloem). Dat ik met soja, granen, peulvruchten, groente en fruit voldoende proteïnen binnenkrijg en een gevarieerde, smakelijke maaltijd kan maken, gaat het voorstellingsvermogen van de meeste Fransen te boven. Ze stellen zich voor dat ik leef op garnering.

Mode is in Frankrijk minstens net zo’n heilige koe als de maaltijd en cosmetica (voor vrouwen en mannen) doet daarvoor niet onder. Het idee dat je make-up of parfum niet koopt omdat ze dierlijke producten bevatten en op dieren zijn getest, speelt hier nauwelijks. Dat je de voorkeur geeft aan synthetische kleding en schoeisel boven die van leer, vinden de bohémiens op mijn school onbegrijpelijk: hoe kan je dan de hipste schoenen en tassen kopen? Het dragen van fourrure (bont) is geen taboe in Frankrijk. In Groot-Brittannië en Nederland weren veel modemerken het uit hun collectie, want bont valt niet goed bij consumenten. De vele acties van Brigitte Bardot ten spijt is in Frankrijk volop vraag naar bont, ook onder jongeren, en wordt het in talloze winkels verkocht.

Ten derde laat veganisme zich moeilijk verenigen met het Franse chauvinisme. Dat vraagt enige uitleg. Als de Amerikaanse universiteit Harvard besluit een deel van zijn collectie online beschikbaar te maken, juicht iedereen dat toe: zo komen bronnen voor iedereen over de hele wereld beschikbaar. Als de bibliotheek van Lyon hetzelfde wil, wordt daarover verhit gediscussieerd op Franse radiostations omdat het een bedreiging vormt van de intégrité patrimoniale. Men vindt het hier een onprettig idee dat documenten van Franse bodem zomaar overal in de wereld te lezen zouden zijn. Andersom worden dingen van elders geweerd met het argument dat ze niet Frans zijn. Zelfs met een Frans etiket (ik ben hier végétalien) blijft het veganisme een van oorsprong Amerikaanse uitvinding en bedreigt daarmee Franse tradities en gewoonten. Toegegeven, ik heb een volkomen andere attitude dan de gemiddelde Fransman: ik zie natuur, hij ziet jachtgebied. Ik zie de huid van een beest, hij ziet Dior. Ik zie een gans die onder dwang wordt gevoed, hij ziet traditie. Ik zie müsli met vers fruit en sojayoghurt, hij ziet een te laag cholesterolgehalte. Gelukkig vinden we elkaar in de champignon. Vrij van dierenleed, en toch zo Frans. Daar kan ik zelfs op de kunstacademie mee aankomen.

Advertisements
Tagged
%d bloggers like this: