Een zomerbaan in Frankrijk 1

Iemand zei eens tegen mijn moeder dat ze aardig moest zijn voor mijn vader, want hij hield toch maar mooi een paraplu boven d’r hoofd. Daarmee bedoelde de persoon in kwestie dat mijn moeder teerde op het inkomen van mijn vader. Kort daarop besloot mijn moeder een baan te gaan zoeken. Na jarenlange trouwe dienst als huisvrouw stond ze op de arbeidsmarkt onderaan de ladder en moest een baan nemen waarvoor ze overgekwalificeerd was. Maar het feit dat ze weer een eigen inkomen kreeg, deed mijn moeder groot plezier.

Toen ik op mijn tweeëndertigste het roer omgooide en op kosten van Geliefde de kunstacademie ging doen, was ik mij erg bewust van haar paraplu. Ik deed extra mijn best, zowel op de academie als thuis. Zo deed ik de honden elke week in bad en kweekte tomaten – iets dat in beide gevallen slecht beviel. Toen ik het voorbereidingsjaar achter de rug had en slaagde voor het toelatingsexamen, besloot ik een zomerbaan te zoeken om zelf te voorzien in het collegegeld.

Het vinden van en baan in Frankrijk vereist een andere instelling dan elders in de wereld. Ten eerste bereik je niets met efficiëntie. Elders gebruiken bedrijven met veel werknemers sollicitatieformulieren (vaak online), waardoor ze met enkele vragen zo potentiële kandidaten van nietsnutten weten te onderscheiden. Zo niet in Frankrijk. Toen ik bij een grote supermarkt informeerde of ze vakantiekrachten nodig hadden, keek de medewerker van de klantenservice me wantrouwend aan. Dacht ik werkelijk over de kwaliteiten te beschikken om vakken te vullen of de vloer te dweilen? Zo ja, dan moest ik ze nauwkeurig toelichten in een CV en sollicitatiebrief. Dat laatste vertalen de Fransen met lettre de motivation. Ik vroeg me af hoe gemotiveerd ik moest zijn om in een supermarkt te werken.

In de hoop geen brief te hoeven schrijven, ging ik langs bij een uitzendbureau. In Nederland vermeed ik ze liever, omdat de vriendelijke en georganiseerde medewerkers zelfs de meest waardeloze banen presenteren als interessant en leuk. Bij de Franse Manpower wachtte mij een hele andere ervaring. Geen glimlach en geen koffie; een chagrijnige medewerkster snauwde me toe dat ze geen baan voor mij had, noch voor iemand anders, dat ze mijn CV niet wilde zien en ik beter ergens anders heen kon gaan. Waarheen? Vroeg ik beleefd. ‘Sais pas,’ geen idee.

‘Het heeft geen zin om te zoeken naar boulot (werk)’, zeiden mijn vrienden op school. ‘Trop tard, je bent te laat, alle banen zijn al vergeven.’ Ze raadden me aan de zomer, net als hen, stoned door te brengen. Een van hen was desondanks bereid om me te helpen bij het schrijven van een sollicitatiebrief en CV. In formeel Frans schreef ze dat ik enorm gemotiveerd was om wat dan ook te doen (‘gewoon niet reageren op stomme baantjes’) en dat ik jaren ervaring had met werk in zowel de kinderopvang, de landbouw en de toeristische sector. ‘Natuurlijk lieg je,’ reageerde mijn klasgenoot toen ik protesteerde. ‘Maar zo krijg je een baan in Frankrijk.’

Na de mislukte pogingen om tot de Franse arbeidsmarkt door te dringen, waardeerde ik de financiële paraplu van Geliefde meer dan ooit. Was het onethisch om mijn zomer door te brengen met de zorg voor het huishouden en de productie van slechte kunst? Dat was het niet, besloot ik. Maar toen zwichtte de arbeidsmarkt onder de financiële crisis en kwam de baan van Geliefde op de tocht te staan. Ik moest voor ons allebei een paraplu zien te scoren.

Advertisements
Tagged ,
%d bloggers like this: