Monthly Archives: July 2009

Een zomerbaan in Frankrijk 1

Iemand zei eens tegen mijn moeder dat ze aardig moest zijn voor mijn vader, want hij hield toch maar mooi een paraplu boven d’r hoofd. Daarmee bedoelde de persoon in kwestie dat mijn moeder teerde op het inkomen van mijn vader. Kort daarop besloot mijn moeder een baan te gaan zoeken. Na jarenlange trouwe dienst als huisvrouw stond ze op de arbeidsmarkt onderaan de ladder en moest een baan nemen waarvoor ze overgekwalificeerd was. Maar het feit dat ze weer een eigen inkomen kreeg, deed mijn moeder groot plezier.

Toen ik op mijn tweeëndertigste het roer omgooide en op kosten van Geliefde de kunstacademie ging doen, was ik mij erg bewust van haar paraplu. Ik deed extra mijn best, zowel op de academie als thuis. Zo deed ik de honden elke week in bad en kweekte tomaten – iets dat in beide gevallen slecht beviel. Toen ik het voorbereidingsjaar achter de rug had en slaagde voor het toelatingsexamen, besloot ik een zomerbaan te zoeken om zelf te voorzien in het collegegeld.

Het vinden van en baan in Frankrijk vereist een andere instelling dan elders in de wereld. Ten eerste bereik je niets met efficiëntie. Elders gebruiken bedrijven met veel werknemers sollicitatieformulieren (vaak online), waardoor ze met enkele vragen zo potentiële kandidaten van nietsnutten weten te onderscheiden. Zo niet in Frankrijk. Toen ik bij een grote supermarkt informeerde of ze vakantiekrachten nodig hadden, keek de medewerker van de klantenservice me wantrouwend aan. Dacht ik werkelijk over de kwaliteiten te beschikken om vakken te vullen of de vloer te dweilen? Zo ja, dan moest ik ze nauwkeurig toelichten in een CV en sollicitatiebrief. Dat laatste vertalen de Fransen met lettre de motivation. Ik vroeg me af hoe gemotiveerd ik moest zijn om in een supermarkt te werken.

In de hoop geen brief te hoeven schrijven, ging ik langs bij een uitzendbureau. In Nederland vermeed ik ze liever, omdat de vriendelijke en georganiseerde medewerkers zelfs de meest waardeloze banen presenteren als interessant en leuk. Bij de Franse Manpower wachtte mij een hele andere ervaring. Geen glimlach en geen koffie; een chagrijnige medewerkster snauwde me toe dat ze geen baan voor mij had, noch voor iemand anders, dat ze mijn CV niet wilde zien en ik beter ergens anders heen kon gaan. Waarheen? Vroeg ik beleefd. ‘Sais pas,’ geen idee.

‘Het heeft geen zin om te zoeken naar boulot (werk)’, zeiden mijn vrienden op school. ‘Trop tard, je bent te laat, alle banen zijn al vergeven.’ Ze raadden me aan de zomer, net als hen, stoned door te brengen. Een van hen was desondanks bereid om me te helpen bij het schrijven van een sollicitatiebrief en CV. In formeel Frans schreef ze dat ik enorm gemotiveerd was om wat dan ook te doen (‘gewoon niet reageren op stomme baantjes’) en dat ik jaren ervaring had met werk in zowel de kinderopvang, de landbouw en de toeristische sector. ‘Natuurlijk lieg je,’ reageerde mijn klasgenoot toen ik protesteerde. ‘Maar zo krijg je een baan in Frankrijk.’

Na de mislukte pogingen om tot de Franse arbeidsmarkt door te dringen, waardeerde ik de financiële paraplu van Geliefde meer dan ooit. Was het onethisch om mijn zomer door te brengen met de zorg voor het huishouden en de productie van slechte kunst? Dat was het niet, besloot ik. Maar toen zwichtte de arbeidsmarkt onder de financiële crisis en kwam de baan van Geliefde op de tocht te staan. Ik moest voor ons allebei een paraplu zien te scoren.

Tagged ,

Wat een oudere monsieur te zeggen had

“Hoe komt het dat die hond maar twee poten heeft? Heeft ‘ie een ongeluk gehad? Mon dieu, is ‘ie mishandeld?! Waar, hier in Frankrijk? Oh, in China. Klotevolk, die Chinezen. Niet dat de Fransen het beter doen (maakt een gebaar alsof hij een keel doorsnijdt). De Fransen zijn con, stom. Ik ben een Amerikaan. Nou ja, eigenlijk ben ik Frans, maar in mijn hart ben ik een Amerikaan. Mijn vrouw is Frans. Ze zit bij de dokter (hij wijst in de richting van het medisch centrum). Ze is 97 en nog steeds kwiek. Haar moeder stierf op honderdenvier-jarige leeftijd. Dus ik moet dus nog even volhouden! Ik heb aan de zijde van De Gaulle gevochten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar dat interesseert je natuurlijk geen lor. Oh, ben je historicus? De meeste jonge mensen zijn niet meer geïnteresseerd in geschiedenis. Ik liet vroeger aan de mensen mijn foto’s zien, foto’s uit de tijd dat ik in Amerika was. Maar dat doe ik niet meer, de mensen geven er geen snars om. Ik ben met iedereen op de foto geweest. Met die kerel van het Witte Huis, hoe heet ‘ie ook al weer… Eisenhower. Die fils de salope, die klootzak… die wilde Frankrijk innemen! Eisenhower wilde Frankrijk een provincie van Amerika maken! Wist je dat niet? Nee, dan die andere kerel, die man die is doodgeschoten… Kom, hoe heet ‘ie nou… Oh ja, Kennedy. Dat was nog eens een grote president. Het is verschrikkelijk dat hij werd vermoord (begint te huilen). Ik wacht op mijn vrouw. Ze is bij de dokter. Als ze een afspraak heeft, ga ik altijd mee en maak hier een wandelingetje. Oh, je zal zien dat ze helemaal niets mankeert. Ze is niet con zoals de andere Fransen. De Fransen doen tegenwoordig niets anders dan klagen. In het medisch centrum waren de verpleegsters aan het klagen over hun werk. Dat ze er niets aan vinden. Dus ik zei, waarom zoeken jullie geen andere baan? Maar dat kost ze teveel moeite. Jonge mensen weten niet meer dat ze moeite voor iets moeten doen. Niet alles komt je aanwaaien in het leven. Waar komt u vandaan? Uit Nederland? Nederlanders zijn geen slechte mensen. En verder naar het noorden, hoe heet die plek ook al weer… Oh ja, Scandinavië. Ook niet verkeerd. Maar ik houd niet van Duitsers. Ik wou dat de president iets tegen de Duitsers zou doen. Hoe heet onze president ook al weer? Oh ja, Sarcozy. Geen slechte man. Hij is niets vergeleken met Kennedy, natuurlijk, maar hij is geen slechte kerel. Goh, wat heb je een leuke honden. Ik had ook een hond, maar die is gestorven. Honden behandelen je vaak beter dan mensen, n’est-ce pas? Behalve mijn vrouw. Die is bij de dokter. Ik ben vierennegentig. Dat zou je toch niet zeggen? Ik leerde haar kennen toen ik negentien was. Ze is formidable, mijn vrouw. Ik heb geluk met haar.”

Tagged