Les marginals – asociaal in een Frans dorp

Ons dorp komt in aanmerking voor stadsrechten. Vind ik. Er is een tatoeage salon, een kebabtent en winkels die open zijn op zondag. Bovendien telt Anduze vijf kapsalons (inclusief een voor honden). Doorslaggevend zijn echter de vreemde snoeshanen. Alleen serieuze plaatsen hebben mensen in de marge van hun samenleving.

De drugsscene van Anduze wordt vertegenwoordigd door een verslaafde. Hij is lang en ontzettend dun, en als ik hem een tijd niet zie, vrees ik voor zijn leven. Ik noem hem Magere Henry. Dan is er een jongeman die me meer een verstrekker dan een gebruiker lijkt. We hebben eens samen onder een auto gelegen, op zoek naar een mekkerende poes. Zoiets schept een band.

Dan is er de categorie langharige zonderlingen. Een van hen heeft twee staartjes, als een klein meisje. Bij een fontein vult hij regelmatig gieters die hij vervolgens in de achterbak van zijn auto laadt. Lang en vet haar heeft een vrouw die ik geregeld tegenkom. Ze is zo dol op Sugar dat ze de schare kinderen die ze om zich heen heeft nauwelijks toestaat onze hond te aaien. Mij negeert ze, gelukkig maar, want ze is moeilijk te verstaan omdat ze geen tanden meer in haar mond heeft.

Ten slotte zijn er alcoholisten die groepsgewijs opereren. Ze hangen meestal op of rond een bankje en zijn ofwel strontchagrijnig (want zonder drank) ofwel in extase (want met). De alcoholisten zijn altijd in het gezelschap van een hond. Zo kan de politie ze niet oppakken – want waar moet dat beest dan heen.

Les marginals, zoals ze worden genoemd, horen bij Anduze en worden vriendelijk bejegend door de meer honkvaste dorpsgenoten. De alcoholisten worden bovendien voorzien van drinkgeld – menig Fransoos kan een passie voor alcohol wel waarderen. Een vriendin vindt echter dat ik me verre moet houden van les marginals. Want ze passen zich niet aan, werken niet en verzuipen hun uitkering, zegt ze altijd. Een interessante observatie, want L. weigert zelf te werken en heeft een alcoholprobleem.

Zodra de nacht valt, zijn de straten van ons dorp verlaten. De Fransen zitten aan de prak en blijven na de afwas binnen. Het komt regelmatig voor dat ik, als ik ’s avonds laat de honden uitlaat, uit gepeins ontwaak in een of ander donker steegje. De schaduwen lijken opeens erg diep en hoor ik in die portiek iets ritselen? Ik ben dan altijd erg blij in de verte de holle ogen van Magere Henry te ontwaren. Godzijdank, denk ik dan. Een marginal.

Advertisements
Tagged
%d bloggers like this: